AuteurPraktijkpraatje april 2010
Datum Friday 23rd of April 2010 12:08:31 PM
ArtikelDarwin.

Laatst was ik te gast in Egypte en terwijl op de achtergrond de oproep tot Allah te bidden de minaretten uitschalde, las ik een wetenschappelijk artikel over Darwin en zijn ‘nature en nurture‘-theorie.
Kortgezegd houdt deze theorie in, dat uitsluitend in het DNA-vastgelegde eigenschappen (nature) kunnen worden overgeërfd. Eigenschappen bepaald door opvoeding en omgeving (nurture) spelen daarbij een ondergeschikte rol. Echter, steeds vaker blijkt, dat terwijl eigenschappen worden overgeërfd, toch verschillen tussen verwante individuen ontstaan. Tijdens het leven verworven kenmerken (omgeving) blijken over meerdere generaties veranderingen tot stand te brengen. Dit is vooral naar voren gekomen in langlopende studies naar eeneiige tweelingen en hun nageslacht.
Toen ik dat las, moest ik aan mijn werk denken, als (therapeutisch) coach, daarbij gebruik makend van familieopstellingen. Een familieopstelling laat zich het beste omschrijven als: Middels het opstellen van je gezin van herkomst (ouders, je broers en zussen) worden niet-zichtbare relaties tussen familieleden zichtbaar en kunnen eventuele knelpunten en verstikkingen worden herkend, erkend en zo mogelijk worden weggenomen, waardoor de band of relatie hersteld kan worden.
Een voorbeeld ter illustratie: Een veel voorkomende eigenschap in je familie, die overigens al generaties terug gaat, is een meer dan gemiddelde koppigheid. Dit heb je van je ouder(s) en zij weer van hun voorvaderen meegekregen. Op een dag ben je dit zat. Je hebt hier niet alleen zelf last van, maar je omgeving thuis en op je werk ook. Je neemt je verantwoordelijkheid en besluit dat je hier iets aan gaat doen. Vooral omdat je wilt dat het in jouw generatie stopt en je kinderen leren daar anders mee om te gaan zodat ze daar in ieder geval zelf minder last van zullen hebben. Gedragsverandering is nu mogelijk. En kinderen kunnen deze gedragsverandering weer doorgeven aan hún nageslacht, etc.
En zo kunnen we er voor kiezen, om eigenschappen (nature) en patronen die voor ons zelf geen dienst meer doen, te veranderen. Door onze kinderen anders op te gaan voeden en oude patronen die generaties teruggaan te doorbreken, kunnen we over een aantal generaties verder wellicht zien, dat deze nieuw verworven eigenschappen tot celniveau zijn doorgedrongen. Het is nu wetenschappelijk bewezen dat effecten van opvoeding en omgeving als eigenschap ook erfelijk kunnen zijn.
In ieder geval de moeite waard om eens over na te denken.
Meer weten: www.kooch.nl

AuteurPraktijkpraatje december 2009
Datum Friday 18th of December 2009 07:34:43 PM
ArtikelWIE ZIJN WIJ?

In november heeft het symposium ‘ Depressieve Kinderen ‘ plaatsgevonden.
Tijdens dat symposium kwam ter sprake hoe depressie bij kinderen kan ontstaan en wat we er, als ouders, tegen kunnen doen. Wat het meest naar voren kwam, is dat we er voor moeten zorgen dat het kind een zo positief mogelijk zelfbeeld krijgt. Kinderen, en zeker pubers, zijn bezig met de zin van het bestaan. Ze vragen zich af wie ze zijn en waar ze voor staan.
Het blijkt nu,dat het voor kinderen heel belangrijk is, dat ze zich met anderen kunnen verbinden. Het hebben van contacten met anderen, met name leeftijdsgenoten, is onontbeerlijk.
Ook belangrijk is, dat we onze kinderen hun verdriet gunnen. Verdriet blijkt een belangrijk instrument voor verdieping te zijn.
Wat is nu heel belangrijk wat wij als ouder kunnen doen? Het blijkt, dat het voor een kind een noodzaak is om te kunnen geven. Daarbij is wel belangrijk dat het door ons ook gezien wordt. Dan kan het kind het gevoel krijgen: ‘Ik mag er zijn, ik doe er toe!’ Het bouwt zo zelfvertrouwen op. Als de ouders dit om de een of andere reden niet (kunnen) geven of erkennen, kan er een depressie op de loer liggen.
Ik moest daarbij gelijk denken aan de tijd in het jaar: de herfst net gehad, winter. De donkere dagen voor kerst, nattigheid, maar ook het kerstfeest zelf. De tijd dat iedereen naar binnen trekt en met z’n alleen (gezellig) rond de kerstboom en open haard zit. Een mooie tijd om even stil te worden en letterlijk ook eens bij onszelf naar ‘binnen te gaan ‘en ons te
her-inneren wie we nu ook al weer zijn en waar we voor staan. Kent U uzelf nog in al uw facetten, of bent U al een hoop vergeten of heeft U een hoop verwaarloosd? Of bent U het misschien niet vergeten, maar stopt U het liever weg, omdat het niet zo’n mooi plaatje is? En als U dan toch bezig bent, sta dan ook eens stil bij uw kind(eren). Wie zijn zij ook al weer, waar staan ze voor en wat vinden zíj belangrijk en vooral, wat hebben zij nodig? Wat heeft überhaupt iedereen in het gezin nodig om zichzelf te kunnen zijn en mag alles er ook zijn? Is daar ook plek voor?
Ik denk dat kerst toch ook een tijd van bezinning kan zijn. En daarbij wil ik als ouder ‘het geven van mijn kinderen’ graag zichtbaar maken om hen zo een plek te geven. Daarbij onthoud ik dat elk kind dat op z’n eigen-wijze doet, zoals het is en kan! Het gaat om de details. En dát zien, is het mooiste wat we voor onze kinderen kunnen doen!
Ik wens U fijne dagen en alvast een mooi 2010 toe!
www.kooch.nl





Auteurcolumn november 2009
Datum Thursday 26th of November 2009 09:21:45 AM
ArtikelPraktijkpraatje.

In oktober heeft het CBS cijfers gepubliceerd, waaruit blijkt dat veel jongens slechter gaan presteren in de brugklas t.o.v. meisjes. Statistisch minder vaak dan meisjes gezien halen ze een diploma. Met de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs begint de achterstand en deze halen ze vaak niet meer in, in vergelijking tot de meisjes.
Dit geldt voor alle schoolniveaus. Terwijl jongens oververtegenwoordigd zijn in de brugklas, loopt dat percentage in de jaren erna terug. Hoe is dat nu te verklaren?
Volgens wetenschappers spelen verschillen in opvoeding en hersenontwikkeling hierbij een rol. Zo zouden meisjes van huis uit en op school nog steeds andere vaardigheden mee krijgen dan jongens.
Meisjes worden nog steeds gestimuleerd om netjes en braaf te zijn, terwijl jongens vooral moeten stoeien en ravotten. Tijdens de basisschooltijd wordt kinderen nog veel structuur aangeboden. En binnen die structuur worden de kinderen geacht zich te bewegen en hun taken uit te voeren. Ook de ouders zijn hier nog veel bij betrokken. De middelbare school kent deze structuur niet en wordt van de leerlingen ineens veel meer zelfstandigheid verwacht.
Met de invoering van het Studiehuis staat meer samenwerken, zelfstandig de leerstof structureren en zelf plannen centraal. En dat blijkt met name voor jongens van die leeftijd lastig te zijn. Deze aanpak vergt vaardigheden die jongens zich later eigen maken dan meisjes. Bovendien manifesteren jongens op deze leeftijd zich vaak als druktemakers en zijn altijd wel in voor een geintje in de klas. Meisjes zijn dan toch serieuzer met hun schoolwerk bezig. Met het krijgen van gelijke kansen in het onderwijs hebben zij hun achterstand in hoog tempo ingehaald. Ze zijn ijveriger, blijven minder vaak zitten en halen hogere cijfers.
Het zijn vooral de jongens die op jongere leeftijd dan de meisjes gaan experimenteren met alcohol, seks en drugs en zo het leven ‘verkennen‘. Dit heeft in ieder geval minder zelfdiscipline tot gevolg.
Wat ook een rol speelt, is dat de taalontwikkeling bij de meeste meisjes eerder plaatsvindt. En de afgelopen jaren is taal in het onderwijs belangrijker geworden. En dat speelt meisjes in de kaart.
En wat blijkt nu: deze verschillen zijn ook nog te zien op HBO of universiteit, maar daarna is het afgelopen met de voorsprong van vrouwen. Mannen maken dan weer een inhaalslag; ze gaan meer werken en hebben betere banen. Dus ach, uiteindelijk valt het allemaal wel mee.
www.kooch.nl

Auteurcolumn oktober 2009
Datum Friday 09th of October 2009 08:14:48 PM
ArtikelPRAKTIJKPRAATJE.

Als coach werk ik met mensen aan hun relatie, hun liefdesrelatie wel te verstaan.
Vaak denkt men dat problemen in een relatie onoverkoombaar zijn.
Ik hoor nogal eens zeggen: ‘We hebben al zo lang ruzie en problemen, we hebben er alles aan gedaan. We zijn allebei doodop en kunnen niet meer met elkaar praten. Het is nu klaar, de energie is weg, we kappen ermee!’
Gelukkig hebben deze stellen zichzelf de kans gegeven om nog 1 keer onder begeleiding hun verhaal te vertellen.
‘Waar zijn jullie al die tijd mee bezig geweest ‘, vraag ik dan? Vaak gaat het over je gelijk willen halen en bijna continue in de vechtstand staan. Of vooral kijken naar wat de ander allemaal niet kan, heeft, is of wil.
Relatiecoaching begint wat mij betreft bij jezelf. Accepteer zelf wie je bent, met al je positieve én negatieve eigenschappen. Samen met jouw verdriet, angst, schaamte en trots vormt dat één pakket. Neem de verantwoordelijkheid voor dit pakket en ga bij jezelf eens na, waarom het zo moeilijk voor je is om eerlijk tegenover jezelf te zijn om dit proces aan te gaan. Wat is de echte reden waarom je dingen uit de weg gaat, verdoezelt of bagatelliseert.
Probeer er eens achter te komen wie je nou echt bent en waar jij voor staat.
Vaak spelen bij dit proces gewoonten en patronen een rol, die ontstaan zijn in je gezin van herkomst en jaren hun dienst hebben gedaan, maar nu niet meer werken. Het vergt veel moed en inzet deze patronen te herkennen, erkennen en te doorbreken. Voorbeelden van zulke patronen kunnen zijn: ruzie vermijden, controledrang, binding- of scheidingsangst, altijd maar geven en moeilijk vinden om te nemen, etc.
Als dit doorbroken is kan er iets nieuws voor in de plaats komen, iets wat past in je huidige relatie. Maar wat vooral bij jou past, zoals je echt bent. Probeer dit te doen zonder oordeel naar jezelf én naar de ander. Op deze manier kan je weer met elkaar in gesprek komen.
Je kan jezelf pas met een ander verbinden als je goed met jezelf verbonden bent. Dat betekent eerlijk tegen jezelf kunnen zijn over wie je bent en waar je voor staat met al je goede en minder goede kwaliteiten. Steun elkaar in dit wederzijds proces.
Help zo elkaars gedrag te veranderen en laat een ieder zijn wie hij is. Je bent tenslotte niet je gedrag!
Ik denk dat je elkaar niet voor niets ooit bent tegengekomen. Maar gaande weg ben je elkaar kwijtgeraakt. Je hoorde elkaar niet meer en zag elkaar niet meer staan. Omdat je het te druk had met jezelf.
Voor begeleiding: www.kooch.nl

Auteurcolumn september 2009
Datum Friday 18th of September 2009 10:50:17 AM
ArtikelPRAKTIJKPRAATJE.

Deze column gaat over hoe je naar het leven kijkt.
Kijk je wel goed en zie je ook wat er allemaal te zien valt, of herken je niet alles en zie je signalen over het hoofd?
Het is alweer een aantal jaar geleden dat ik een studie heb afgerond met als afstudeerrichting ‘gedragsstoornissen’, zoals ADHD en autisme. De reden van die keuze was denk ik, dat ik er wat meer over wilde weten. Die kennis heb ik in mijn werk geïntegreerd en nu na een aantal jaar merk ik iets bijzonders: Het aantal hulpvragen over ADHD en autisme neemt toe, zonder dat ik daar de nadruk op heb gelegd of reclame mee heb gemaakt. Het is als het ware vanzelf naar mij toe gekomen.
Van hieruit ben ik mij meer gaan bezig houden met coachen van gezinnen waar deze gedragsproblemen zich voordoen. Ik kom bij de mensen thuis en meng mij in hun privéleven, om zo een aantal zaken weer ‘op de rails te zetten’. Het gaat hier over kinderen die op sociaal en cognitief gebied in de problemen zijn gekomen, gezinnen die ontregeld zijn geraakt en volwassenen die bijvoorbeeld arbeidsongeschikt zijn geraakt of relatieproblemen hebben. Ook het coachen van volwassenen met ADHD is een dankbare taak gebleken.
Waarom vertel ik dit nu allemaal? Welnu, dit aspect van mijn werk heb ik niet bewust uitgekozen; het heeft zich als het ware aan mij opgedrongen. Dit terwijl ik in mijn leven net op een punt stond om heel andere dingen te gaan doen. Eigenlijk is het mij op een presenteerblaadje aangereikt. Zoiets van: ‘Het is nu tijd om je hier mee bezig te houden, dat andere komt later wel’. Dit geldt overigens ook voor begeleiding van langdurig zieke kinderen en rouwverwerking.
Deze hulpvragen hebben voor mij als het ware mijn richting bepaald. En ik hoef er niets voor te doen. Het komt gewoon naar mij toe. Voor mij is dat goed zo. Al het andere komt later wel, als ‘de tijd er rijp voor is’. Dat LAAT ik nu ook, ik ga het niet meer najagen. Opmerkingen als: ‘Het komt wanneer het komt, of het is zoals het is’ spreken mij wel aan.
Door zo naar je leven te kijken zie je meer en heb ik geleerd dat dingen pas naar je toe komen als de tijd daar rijp voor is.
Vind je dit hoogdravend, vaag, zweverig of misschien wel heel erg diep, kijk dan eens in alle eerlijkheid naar je eigen leven en stel jezelf de vraag waarom je dit ontkent of niet wilt of kunt zien? Welke diepgewortelde patronen en gewoontes moet je daarvoor opzij schuiven of wat moet je daarvoor LATEN? Ja, dat LATEN, dat is wel het aller-moeilijkste!
www.kooch.nl

Auteurcolumn 't groentje augustus 2009
Datum Friday 21st of August 2009 09:03:24 AM
ArtikelPRAKTIJKPRAATJE.

Deze week is aan een heerlijke (en veel te korte) zomervakantie alweer een einde gekomen.
Een periode die voor mij afwisselend en vol inspiratie was.
Zo was er muziek: North Sea Jazz (erg gezellig), The Eagles en Paul Garrack (heel goed) en natuurlijk U2 (magnificent!). Dat het dak niet open ging was jammer, maar uiteindelijk is het er spreekwoordelijk wel afgegaan! Onvergetelijk!
En zo was er een hittegolf op Mallorca met lange zwoele zomeravonden- en nachten. (en helaas de ETA ook!).
Er waren verbouwinkjes in huis en er was tijd voor schilderkunst, goede gesprekken met dierbaren, nieuwe zakelijke inzichten en vormgeving van nieuwe ideeën. Maar er was vooral veel rust, ontspanning en genieten.
Helaas was er ook verdriet, afscheid en rouw in ons midden, iets wat een zeer diepe indruk op ons en onze directe omgeving heeft achtergelaten.
En met dit alles is deze periode afgesloten en is er nu een moment aangebroken om na te denken over nieuwe kansen en uitdagingen in ons leven op gebied van bijvoorbeeld werk, gezin en relatie.
Dit kan gaan over het ontwikkelen van persoonlijke competenties of over vraagstukken rond de balans tussen privéleven en werk. Misschien is er wel behoefte aan individuele counselling omdat U ‘niet lekker in uw vel’ zit, of loopt U rond met vragen rond uw relatie(s).
Vraag uzelf eens af: “ Wil ik dit nog wel, past dit nog wel bij mij en hoe zou ik dat anders kunnen doen, of wil ik er überhaupt nog wel mee doorgaan ? “
Misschien bent U toe aan nieuwe uitdagingen, wilt U ‘een nieuwe weg inslaan’ , maar weet U zelf (nog) niet goed hoe dat er dan uit zal moeten zien.
Of U weet juist heel goed wat U graag zou willen, maar ziet nog te veel belemmeringen die die keuze in de weg staan.
Stap eens uit die veilige comfort zone en durf eens kritisch te kijken.
Hetzelfde geldt voor uw kinderen. Stel uzelf eens de vraag hoe het met hen gesteld is.
Krijgen ze op school wel de juiste begeleiding en ondersteuning. Is daar misschien extra hulp bij nodig, bijvoorbeeld bij het wegwerken van leerachterstanden of plannen van huiswerk?
Zit mijn kind echt op het leerniveau van de brugklas en neemt iedereen wel de juiste plek in het gezin in?
Maak gebruik van deze frisse start en gun U en uw gezin deze APK!
Voor begeleiding van U en /of uw kinderen, kijk op:
Kind Ouder Onderwijs Centrum Houten.nl (www.kooch.nl)
Ik wens U alvast heel veel succes, plezier en inspiratie toe!
Mw. Drs. E. Kleine Deters.

AuteurColumn juni 2009
Datum Monday 15th of June 2009 12:36:30 PM
ArtikelPRAKTIJKPRAATJE.

Na de zomervakantie start ik met een groepstraining voor kinderen met faalangst.
De cursus is bedoeld voor kinderen met faalangst, kinderen die gepest worden en perfectionistische of extreem onzekere kinderen die een extra steuntje in de rug kunnen gebruiken en zo meer zelfvertrouwen krijgen.
In het basisonderwijs heeft maar liefst 10 tot 13% van de kinderen last hiervan. Het gaat hier over een conflict tussen voelen, denken en doen. Het kind wordt bang op het moment dat er een prestatie geleverd moet worden of juist in sociale situaties. Ze twijfelen over hun eigen capaciteiten, of ze zijn bang voor negatieve beoordelingen en de gevolgen daarvan. Ook kunnen ze zich schamen voor hun eigen gedrag. Door de spanning presteren ze meestal niet goed.
Onder het niveau presteren is een signaal dat op extreme onzekerheid of faalangst kan wijzen.
Sommige kinderen geven duidelijk signalen af: bijv. rood worden, zweten, bibberen of volledig blokkeren.
Maar niet altijd is faalangst zichtbaar voor de buitenwereld. Er zijn kinderen die boos en opstandig reageren. Ze weigeren of ontwijken situaties die de faalangst oproepen het liefst en worden bestempeld als lastig, terwijl kinderen die zich stilletjes terugtrekken als lui bestempeld kunnen worden.
Kinderen reageren met lichamelijk klachten, zoals buik- en hoofdpijn, algehele malaise en weinig plezier in school en leren. Ze voelen zich ongelukkig en hebben nogal eens moeite om vrienden te maken of te houden.
Hoe kunnen deze kinderen geholpen worden? De kinderen leren zich in bepaalde situaties die spanning of stress opleveren anders te voelen. Ze worden zich bewust van hun lijfelijke signalen (zweten e.d.), leren ontspannen en leren gevoelens veranderen of beïnvloeden.
Daarnaast leren ze anders te doen. Ze leren problemen anders op te lossen en leren van de anderen in de groep oplossingen die voor hen succesvol zijn gebleken.
Verder leren de kinderen anders te denken. Ze leren negatieve gedachten (Ik kan het toch niet!) met de daarbij horende hinderlijke effecten te herkennen en om te zetten in positieve, helpende gedachten. Ze leren hulp te vragen als dat nodig is en ontdekken waar ze juist goed in zijn.
Dit alles gebeurt op een speelse en ontspannen manier. De kinderen leren op ervaringsgerichte manier, d.m.v. rollenspellen, kringgesprekken, spelletjes, huiswerkopdrachtjes en directe feedback.
Ik wens iedereen alvast een fijne zomervakantie toe.
Voor vragen of informatie:
Mw. Drs. E. Kleine Deters
www.kooch.nl

AuteurColumn mei 2009
Datum Monday 11th of May 2009 10:37:04 AM
ArtikelPRAKTIJKPRAATJE.

In juni vindt in Utrecht het congres “Pubertijd”plaats. Dit staat in het teken van de ontwikkeling van het puberbrein in relatie tot het leven anno 2009.
Ook is er in Brabant een onderzoek gestart naar de mogelijkheden een nieuwe school voor leerlingen tussen de 10 en 15 jaar op te richten. Het idee hierachter is, dat kinderen vanaf hun tiende levensjaar in een nieuwe ontwikkelingsfase komen. Hun brein is dan volop in ontwikkeling en nog niet ‘af ‘. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dit voor hen een onrustige en lastige periode in hun leven kan zijn. Als gevolg hiervan kunnen leerresultaten achteruit gaan terwijl in deze fase een schoolkeuze gemaakt moet worden. Er gaat nu onderzocht worden of deze leerlingen er bij gebaat zijn deze selectie uit te stellen om langer te kunnen ‘rijpen ‘. De vraag rijst of het onderwijs rekening moet houden met de fasen van hersenontwikkelingen van leerlingen.
Waar gaat het over?
Het puberbrein werkt anders dan het brein van een volwassene; het is nog in ontwikkeling. Dit gebeurt zowel in de emotionele als in de denkende delen van het brein.
Verschillende hersengebieden ontwikkelen zich op verschillende manieren en tijdstippen.
Waar het vooral over gaat is de capaciteit om inschattingen te maken, zichzelf te evalueren en planmatig te werk gaan.
Vaak hoor ik ouders zeggen: “Mijn kind kan z’n huiswerk niet plannen”. En dat is inderdaad heel lastig voor een puber. Het is dus ook een beetje vreemd dat kinderen dit juist nu moeten leren in een fase, waarin de hersenen daar nog niet klaar voor zijn! De hersenen ontwikkelen zich per vaardigheid en daar staat een bepaalde specifieke periode voor.
Pubers krijgen vaak te horen dat ze lui zijn. Ze kunnen de hele dag in bed liggen, terwijl ze
’s avonds niet naar bed willen. Het waak-en slaapritme gaat anders werken; door biologische factoren zijn ze veel later op de avond echt moe en hebben in de ochtend moeite om op te staan. Het geeft een soort ‘jetlag-gevoel’ en in deze slaapstand zitten ze op school. Dit belemmert creativiteit en bemoeilijkt het onthouden van nieuwe informatie.
Verder hebben pubers moeite met langetermijnplanning, waarmee in het Studiehuis juist wordt gewerkt. En ze beleven emoties veel intenser dan volwassenen. Stemmingen kunnen sterk wisselen. De opmerking “Ik kan niet meer met mijn kind praten” is een veel gehoorde opmerking.
Al met al dus wel het onderzoeken waard!
Over de uitkomst daarvan houd ik U op de hoogte.
Voor meer vragen: www.kooch.nl







Auteurcolumn Bunniks Nieuws april 2009
Datum Wednesday 25th of March 2009 09:34:37 AM
ArtikelPraktijkpraatje.

Met de uitslag van de Cito-eindtoets is een eind gekomen aan de ophef over het programma van Prem Radhakishun. Inzet van dit programma was, te laten zien hoe kinderen met een leerachterstand extra begeleiding kregen, om zo deze achterstand kleiner te maken en zelfs weg te werken. Dit heeft voor bijna alle leerlingen (op één na) een hogere citoscore en daarmee een hoger schooladvies gegenereerd. Hier is veel over gezegd en geschreven. Vooral over de opvattingen van Prem zelf, die beweert dat het hele onderwijsstelsel faalt. En onderwijzend Nederland zou er niets van ‘bakken’. Deze oneliners zijn verder nergens onderbouwd en ‘wel heel erg kort door de bocht’. Kritiek zou vooral zijn, dat de succesjes die gehaald zijn, korte termijn effect zou zijn. De vraag rijst dan ook hoe het met deze kinderen over een jaar zal zijn.
Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat 20% van de kinderen in het basisonderwijs een leerachterstand hebben. Redenen hiervoor zijn divers en terug te voeren op de domeinen ‘School’ (te grote klassen, te weinig instructie, te weinig extra begeleiding ) het domein ‘Kind’ (cognitieve ontwikkeling, faalangst, concentratie en gedragsafwijkingen) en ‘Gezin’(sociale omgeving, betrokkenheid en stimuleren van het kind ). Dit zijn zomaar een aantal voorbeelden. Een combinatie van deze factoren kunnen zo’n leerachterstand mogelijk maken.
In mijn praktijk werk ook ik met kinderen die zo’n leerachterstand hebben. Mijn ervaring is dat ouders er pas relatief ‘laat’ achterkomen wat het werkniveau van hun kind is. Vaak zien ze wel een stijgende lijn in de ontwikkeling van hun kind, maar hebben ze geen beeld hoe dit in relatie tot de landelijke normen ligt. Daar wordt met ouders relatief weinig over gesproken. En dan kan er dus wel sprake zijn van een leerachterstand.
De meeste kinderen waar ik mee werk zijn dyslectisch of hebben forse moeite met rekenen (dyscalculie). Ook behandel ik kinderen die over de hele linie een extra steuntje in de rug nodig hebben, omdat dat op school niet mogelijk is geweest. Vaak is hier de achterstand groot.
Zonder uitzondering kan ik melden dat er in alle gevallen een vooruitgang wordt geboekt. Door deze intensieve begeleiding worden de kinderen op niveau gebracht en dat is ook blijvend. Zelfs bij dyslecten is er verbetering zichtbaar. En als neveneffect gaat de prestatiemotivatie omhoog en faalangst neemt af.
En willen we dat niet allemaal voor onze kinderen?
Mw. Drs. Ellen Kleine Deters
06-50937666
www.kooch.nl


Auteurcolumn maart 2009
Datum Sunday 01st of March 2009 04:19:45 PM
ArtikelPRAKTIJKPRAATJE.

Meerdere keren heb ik in mijn praktijk vragen van ouders gehad, wiens kind op school in aanraking is gekomen met intimidatie tussen leerlingen onderling. Het gaat hier over pesten, fysiek geweld en seksueel intimiderend gedrag. Dit kan zich uiten d.m.v. woorden, lichamelijk lastig vallen, achtervolgen, uitsluiten en zelfs afpersing. Dit gedrag wordt door degene die het ondergaat als zeer ongewenst en onplezierig ervaren. Ouders merken vaak dat er iets aan de hand is met hun kind, maar begrijpen het niet en kunnen het ook niet ‘uit hun kind’ krijgen. Symptomen kunnen zijn: het kind heeft veel last van hoofd-en buikpijn, speelt niet meer buiten, wil niet meer naar school, huilt meer, kan ineens gaan bedplassen en heeft onverklaarbare blauwe plekken.
‘Daders’ zijn vaak kinderen die problemen thuis hebben en die frustraties onderdrukken. Ze voelen zich buitengesloten en proberen de andere kinderen te overtreffen.
Bij ouders roept dit vanzelfsprekend heftige emoties op en eisen vaak dat de ‘dader’ wordt geschorst of van school gestuurd.
Hiervoor is een nationaal protocol opgesteld, om deze problematiek op een goede manier het hoofd te bieden. Dit begint met het erkennen en serieus nemen van het probleem.
Daarnaast treedt er (in relatie tot de ernst van de klacht) een hulpverleningsteam in werking dat bestaat uit hulpverleners voor dader en slachtoffer. Zoals een vertrouwenspersoon, schoolarts, jeugdzorg, intern begeleider en soms ook de politie. Dit team gaat de discussie aan met ouders van het slachtoffer en de ouders van de dader, om zo tot een goede oplossing te komen.
Voor leraren is hier de taak weggelegd om in de klas een veilig klimaat te scheppen, zodat dit soort zaken met de leerlingen onderling in de klas bespreekbaar kunnen zijn.
Intimiderend gedrag kan zich altijd voordoen, voorkomen kunnen we het niet.
Daarom is het belangrijk dat wij als ouder niet de buitenwereld onder controle proberen te krijgen, maar het kind zelf zekerheid en kracht meegeven, om zo in die buitenwereld staande te kunnen blijven.
Als ouder is het van belang thuis een veilige omgeving voor uw kind te scheppen, zodat het altijd weet dat de ouders er voor hem of haar zullen zijn en dat alles bespreekbaar is. Dat is de basis. Dit geeft het kind zekerheid, kracht en ‘wapent’ het zo tegen de buitenwereld. En natuurlijk vertrouwen, vooral vertrouwen op zichzelf.
En daar hebben we ons hele leven iets aan, toch?
Mw. Drs. Ellen Kleine Deters
KindOuderOnderwijsCentrumHouten
0650937666


Auteurcolumn 't Groentje februari 2009
Datum Wednesday 28th of January 2009 07:56:13 PM
ArtikelPRAKTIJKPRAATJE.

De afgelopen tijd heb ik in mijn praktijk veel vragen over de Cito-toets gehad.
De toets bestaat uit vragen op gebied van taal, rekenen en studievaardigheden.
Over deze toets is de laatste tijd veel te doen.
Zo werd er voorgesteld om de eindtoets te verplaatsen naar de maand mei of juni.
Het idee is, dat scholen in het primair onderwijs dan meer tijd hebben het gewenste niveau te bereiken, dat beter aan zou sluiten bij het vervolgonderwijs.
En de leerlingen zouden zo gemotiveerder zijn om tijdens het gehele schooljaar zich te ontwikkelen.
Daarnaast brengt Cito een aanvullende intelligentietest op de markt, om een beter schooladvies te krijgen voor het vervolgonderwijs.
Hier is aardig wat kritiek over ontstaan. Als deze toetsen pas later worden afgenomen, is dat eigenlijk al te laat om nog mee te kunnen nemen in het schoolkeuzeadvies.
Leerlingen moeten al ruim voor die tijd aangemeld zijn bij het vervolgonderwijs.
Bovendien wordt door vele scholen deze toetsuitslagen als enig bindend toelatingscriterium gebruikt, terwijl dat nooit het idee achter de Cito-toets is geweest. Deze zou slechts als aanvulling moeten dienen op het te geven schooladvies.
Gevaar is nu dat ook deze intelligentietest als selectiecriterium (sec) gebruikt gaat worden, net zoals bij de Cito-toets vaak het geval is.
Er is nu aanleiding om de Cito-toets helemaal af te schaffen.
Zo worden in de jaren dat een leerling op school zit vele gegevens verzameld, zoals toetsgegevens van methodegebonden toetsen, observaties en vooral niet te vergeten het deskundige advies en de inschattingen van de leraren die de leerlingen persoonlijk kennen.
Zo kan bijvoorbeeld een leraar het effect inschatten van faalangst van een leerling op de score van de toets. Deze leerling ‘scoort’ in de klas veel beter dan tijdens een toetsperiode. En dat zou kunnen leiden tot een hoger schooladvies.
Daarnaast kwam jaren geleden al aan het licht dat de entreetoets, de methodegebonden toetsen en de eindtoets nogal eens niet correleerde. De toetsgegevens van één leerling komen dan niet met elkaar overeen. Wat levert al deze informatie dan nog op?
Waar zijn de tijden gebleven van een goed advies, geleverd door de leraar. Hij kent het kind tenslotte goed én het niveau van werken. Met als basis de scores van de methodegebonden toetsen en zijn visie over wat de leerling aankan. En daarbij kunnen de ouders uiteraard een grote bijdrage leveren!
Jongens en meisjes, ik wens jullie veel succes!
Ellen Kleine Deters
www.kooch.nl

Auteurcolumn 't Groentje januari 2009
Datum Friday 02nd of January 2009 10:18:52 PM
ArtikelPRAKTIJKPRAATJE.

De laatste tijd is er veel te doen over het rekenniveau op de basisschool. Dat zou in prestatie afnemen, zowel in achtereenvolgende jaren als in vergelijking met scholen in andere landen.
Het is dus van belang uit te zoeken hoe dat komt. Eén signaal zou zijn dat er meer gewerkt moet worden vanuit de basisvaardigheden.
Tegenwoordig wordt er gewerkt met realistisch rekenen: sommen, verwerkt in een verhaaltje. Een leerling moet eerst een stuk tekst lezen en daar zelf de opgave uit halen. Dan moet de juiste rekenstrategie gekozen worden en kan er pas gerekend worden. Dat kan lastig zijn als je bijvoorbeeld dyslectisch bent.
Daarnaast krijgt het kind tegenwoordig allerlei strategieën aangeboden en moet zelf ontdekken welke de beste is. De leerkracht verdwijnt meer naar de achtergrond. Best moeilijk voor leerlingen, die meer structuur nodig hebben.
Daar komt nog bij dat de leeromgeving tegenwoordig ‘leerling-georiënteerd ‘is. De kinderen zijn dan gemiddeld minder vaak tegelijkertijd met dezelfde leerstof bezig en ze kijken elkaars werk na. De kans bestaat dat zo niet opgemerkt wordt wanneer een kind iets niet snapt. Lang niet alle leerlingen geven dat aan. En, wanneer heeft de leerkracht weer tijd, om alles nog eens uit te leggen? Het proces (hoe reken je) blijft onderbelicht bij het product (uitkomst).
Binnenkort vindt er de Landelijk Rekenconferentie plaats. Plan is een protocol op te stellen voor kinderen met rekenproblemen. Er komt een eenduidige formulering van de problemen en hoe deze opgelost kunnen worden. Net zoals bij dyslexie.
Ook ik zie in mijn praktijk regelmatig kinderen met rekenproblemen. Nogal eens zijn hun problemen terug te voeren naar één en hetzelfde item: instructie van de leerkracht.
Tijd en kwaliteit van de instructie zijn cruciaal en gebrek hieraan levert een grote bijdrage aan dit probleem. Voor rekenzwakke leerlingen is 1 à 2 keer uitleggen niet genoeg. Daar moet meer tijd voor komen. En de kwaliteit daarvan is net zo belangrijk.
Ik geloof nog steeds in één standaardaanpak. Dat geeft nog altijd het beste resultaat.1 aanpak, stap voor stap oefenen, net zolang totdat het beklijft. Dat moet voor een leerkracht toch ook overzichtelijker zijn: deze ziet door de ‘bomen allang het bos niet meer‘!
Waar ik het hier over heb, is onderwijskwaliteit en onderwijskundige visie.
Wordt het misschien toch tijd om het onderwijs anders in te gaan richten?
Veel rekenplezier.
Heeft U vragen over rekenproblemen?
www.kooch.nl
Ellen Kleine Deters

Auteurcolumn 't Groentje december 2008
Datum Saturday 06th of December 2008 07:29:58 PM
ArtikelPRAKTIJKPRAATJE.

In het kader van december als feestmaand heb ik verschillende malen een aantal ouders gesproken met kinderen met ADHD of met een aan autisme gerelateerde aandoening, zoals PDD-NOS. Deze groep kinderen is vooral gebaat bij zoveel mogelijk structuur in het dagelijkse leven.
Voor deze groep kinderen is de maand december met sinterklaas en het kerstfeest vaak lastig en daarmee ook voor hun directe omgeving.
Vaak brengt het spanningen met zich mee, alleen al omdat de dagelijkse structuur zomaar verandert en er allerlei onzekerheden op de loer liggen. Voor ouders van deze kinderen kunnen deze tijden echt vreselijk zijn.
Zo kan verandering van sfeer al verwarrend werken. Denk maar eens aan het donker maken van de huiskamer en kaarslicht met kerst. En voor een kind met PDD-NOS kan het erg spannend zijn wat het met sinterklaas gaat krijgen. Of vooral wat het niet gaat krijgen, maar wel verwacht had!
Het dagblad Trouw heeft er een artikel aan gewijd met als titel: ‘Ouders van ADHD-kinderen zijn bang voor sinterklaas”! Elk jaar lijkt het wel alsof we steeds vroeger in het jaar ons al druk moeten maken over sinterklaas en alles wat daarmee samenhangt. Dat betekent speelgoedfolders in de brievenbus, pepernoten bij de supermarkt en natuurlijk het sinterklaasjournaal op t.v.
Kinderen met ADHD kunnen hier enorm heftig op reageren en zijn wekenlang opgewonden. Dit drukke en onrustige gedrag is een zware belasting voor het gezin, school en natuurlijk voor het kind zelf.
En aangezien er de laatste jaren een verschuiving van deze traditie richting kerst plaatsvindt, kan gerust gesteld worden dat de maand december bijna continu voor een stroom van prikkels zal zorgen.
Wat kunt U doen voor uw kind om dit alles zo rustig mogelijk te laten verlopen? Breng in ieder geval structuur aan in de tijd. Zo kan op een kalender afgeteld worden wanneer ‘het heerlijke avondje’ daar is. Daarnaast is het goed aan te geven en te plannen wanneer er activiteiten rond sinterklaas en kerst plaatsvinden en bespreek met uw kind hoe die eruit zullen zien. Prik de datum alvast wanneer de kerstboom in huis geplaatst zal worden.
Geef uw kind een taak in het geheel. Bijvoorbeeld bij het verdelen van cadeautjes en het optuigen van de kerstboom. Bespreek dit van te voren.
Doorzichtigheid van de situatie en vasthouden aan bestaande structuren zijn belangrijk, om zoveel mogelijk rust te creëren.
Ik wens U een fijne feestmaand toe en alvast alle goeds voor het nieuwe jaar!
Ellen Kleine Deters
www.kooch.nl

Auteurcolumn november 2008
Datum Wednesday 26th of November 2008 11:05:25 AM
ArtikelPRAKTIJKPRAATJE.

De laatste tijd krijg ik veel vragen van ouders die hun kind nog vóór de Citotoets
(sept.–febr.) ‘even klaar willen stomen’ voor de grote dag. De Citotoets is een instrument om vooral in groep 7 en 8 het schooladvies over de vervolgopleiding van individuele leerlingen te ondersteunen. De hulpvraag gaat vaak over het beter presteren van hun kind, zodat de score en daarmee misschien wel het schooladvies ‘omhoog kan.’ Ouders blijken vaak bezorgd te zijn over het niveau van de vervolgopleiding.
Vaak wordt er overdreven veel gewicht gegeven aan de Citotoets. De kinderen krijgen het nerveuze gevoel: dit is het beslissende moment voor mijn schoolkeuze! Er wordt veel van mij verwacht! Ouders willen dat hun kind oude toetsen oefenen en uit het hoofd leren, om zo hoger te kunnen scoren. En leggen zo te veel druk op het kind.
Maar in de praktijk werkt het zo natuurlijk niet. Leerstof dat niet beheerst wordt moet getraind worden, zodat het uiteindelijk kan beklijven. En daar gaan al gauw een aantal weken overheen.
“De betrokkenheid van ouders is nogal eens doorgeschoten. Vroeger hadden de ouders gewoon te veel kinderen om zich met ieder individueel kind te bemoeien. Nu staan de schappen vol met tijdschriften waarin de teneur is: “Wees niet tevreden met wat je kunt, het kan altijd beter!” Aldus dr. Bas Levering, bekend Utrechts pedagoog.
En zo stelt hij: “Ouderlijke druk is gevaarlijk”! Kinderen die deze ambitie van hun ouders tijdens hun jeugd sterk hebben ervaren, kan dit fataal worden. Sommige mensen blijven de rest van hun leven op hun tenen lopen. Deze groep loopt een grote kans om burned out te raken. In extreme gevallen worden kinderen en later pubers depressief, omdat ze vinden dat ze als mislukking door het leven gaan.
Wat moeten ouders dan wél doen? Stop met pushen. Accepteer uw kind zoals het is. Houdt van uw kind, ook al is het niet precies zoals U zou willen.
Maar natuurlijk houdt U van uw kind! Laat U niet opjagen, maar steun uw kind en haal de spanning eraf!
Dat is niet gemakkelijk, want iedere ouder wil het beste voor zijn kind.
En wilt U echt nog iets voor uw kind doen overleg dan met uw school, wat er nog aan extra training gedaan kan worden. Wacht daar niet te lang mee, omdat er een aantal weken voor nodig is om het bedoelde effect te behalen.
Lieve ouders, uiteindelijk zal het gaan om het evenwicht tussen wat uw kind beheerst en uw verwachtingen.
En mocht U er toch niet uitkomen, dan bent U van harte welkom in mijn praktijk.
www.kooch.nl



Auteurcolumn oktober 2008
Datum Wednesday 26th of November 2008 10:58:01 AM
ArtikelPRAKTIJKPRAATJE.

In mijn praktijk zie ik veel kinderen die dyslexietraining nodig hebben.
Op school wordt aangegeven dat het kind met dyslexie meer extra aandacht en zorg nodig heeft dan de gemiddelde leerling.
Vaak merk ik, hoe moeilijk ouders het hiermee hebben. Enerzijds, omdat het soms lastig is te accepteren dat hun kind ‘anders’ is dan de meeste klasgenootjes. Anderzijds omdat ze het gevoel hebben er iets aan te moeten doen, maar zelf ook niet weten wat dan precies. Vaak gaan ouders nog eens extra met hun kind na school aan de slag.
Deze moeite met acceptatie en tegelijkertijd onzekerheid over de te bieden hulp kan nogal eens tot verstikking bij het kind leiden. Dat kan maken dat het zich anders gaat gedragen: onrustig en druk of juist meer teruggetrokken. Meestal gaat dit gepaard met faalangst. Op school voelt het kind zich minderwaardig in vergelijking met de rest van de leerlingen en thuis moet het kind zich ‘groot’ houden, want papa en mama kunnen het maar moeilijk accepteren of begrijpen het niet.
Uit onlangs gepubliceerd wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een derde van alle kinderen met dyslexie slaapproblemen heeft. Er is vaak sprake van rusteloos gedrag. 50 % van de kinderen is te zenuwachtig als er gepresteerd moet worden (bijv. toets of spreekbeurt) en dat levert vaak stress, angst en buikpijn op.
Kinderen met dyslexie hebben een laag zelfvertrouwen. Ook problemen met geheugen en aandacht gaan een rol spelen. Dit kan uiteindelijk leiden tot algehele verslechtering van de schoolprestaties.
Daarom is het voor deze groep kinderen net zo belangrijk dat er tijdens dyslexietraining ook aandacht wordt besteed aan hun sociaal-emotionele ontwikkeling.
In mijn praktijk laat ik dat altijd samen gaan, want het is niet van elkaar los te denken.
Kinderen doen graag hun verhaal en willen gezien en gehoord worden. Al snel zie je het kind dan weer opbloeien.
Dus lieve ouders, wees alstublieft voorzichtig met allerlei goedbedoelde naschoolse activiteiten op gebied van spelling of taal. Dit verhoogt de druk alleen maar.
Ga liever samen een leuk boek lezen. Of lees samen alvast de les van de volgende dag door (pre-teaching). Maak er iets gezelligs van en geef uw kind het gevoel dat U het steunt. Praat erover in uw omgeving en op school en laat zien dat U luistert en het accepteert. Het hoort erbij!
Dus, lekker buiten spelen en laat uw kind vooral kind zijn!
En mocht U er toch niet helemaal uitkomen dan bent U van harte welkom in mijn praktijk!
ellen@kooch.nl
06-50937666


Auteurcolumn september 2008
Datum Wednesday 26th of November 2008 10:54:17 AM
ArtikelPRAKTIJKPRAATJE.

Naast het werken met kinderen met leer-en gedragsstoornissen, werk ik in mijn praktijk ook als coach met volwassenen.
Opvallend is dat de laatste maanden veel hulpvragen hetzelfde thema hebben: “ Ben ik in mijn leven wel bezig met de dingen die ik echt wil doen? Ik verlies (onnodig) veel energie aan iets, maar ik weet niet waaraan. Ik draag ‘iets’ met mij mee en ik weet zelf niet wat het is, maar ik heb er wel last van”.
Cliënten komen met deze vragen bij mij in de praktijk terecht en vaak verwachten zij van mij een kant-en klare oplossing of antwoord mee te krijgen, zodat hun probleem hiermee opgelost is.
Ik kan je vertellen: Zo werkt het dus niet.
Ik leg dan uit dat een coachingstraject vergeleken zou kunnen worden met het opruimen van je kasten. ( Heel toepasselijk voor deze nazomer). Wat wil je nu echt behouden en wat doe je weg?
Vaak blijkt dat nog een lastige keuze. We zijn aan dingen gehecht, waar we uiteindelijk toch niets mee doen. En als ze eenmaal weg zijn, zouden we er zomaar spijt van kunnen krijgen.
Ik bied deze cliënten dan ook aan, samen eerst eens naar de inhoud van deze ‘kast’ te kijken. En samen deze eerst eens ‘samen te openen’ en helemaal ‘ uit te pakken en schoon te maken’.
Daarna gaan we samen ‘de kast weer inpakken ’en behouden alleen de dingen die we echt de moeite waard of belangrijk vinden. De rest gooien we weg.
Door de ‘ruimte die nu in de kast is ontstaan ‘kunnen we weer nieuwe dingen plaatsen, die we nodig hebben of belangrijk vinden.
Zo is het ook mogelijk om naar een levensvraagstuk te kijken: Het goede behouden en wat niet meer voldoet of belangrijk is, wordt weggegooid.
En in de ruimte die dat geeft is er weer plaats voor nieuwe ideeën, overtuigingen en activiteiten.
Daarbij ben ik (slechts) begeleidend aanwezig . Niet meer en niet minder. De cliënt geeft de richting aan.
Zo help ik iemand op weg, zelf de oplossing te vinden.
Ik geef iemand inzichten en het gevoel dat hij of zij zelf het vraagstuk zelf op kan lossen.
De cliënt bewandeld zo zijn eigen weg en boort zijn eigen bronnen aan, die hij zelf (nog) niet ontdekt heeft. Er ontstaat helderheid en nieuw inzicht.
Was je van plan ‘je kasten ook eens flink onder handen te nemen’, dan wens ik je veel succes ermee. En mocht je er toch niet helemaal uitkomen, dan ben je van harte welkom!
Ellen@kooch.nl

contact route disclaimer gastenboek
nieuws column workshops